Blog: De heks is boos

« Vorige pagina

Net als vele anderen zit ook collega Diana met dochter Kiki (groep 4) en zoon Dexter (groep 6) weer thuis tijdens de tweede lockdown. Waarschijnlijk zijn er veel meer moeders en/of vaders zoals Diana. Maar hoe kan je jouw kinderen toch de stof bijbrengen die ze normaal gesproken op school zouden krijgen? Diana probeert het lesmateriaal van Tekstenlab uit op haar kinderen. Tekstenlab is de tekstenbank waar ze zelf hoofdredacteur van is.

De heks is boos

Ik denk dat het in Oostenrijk was, in het Kaisergebergte (Tirol), waar de liefde voor heksen bij Kiki is ontstaan. Zomer 2015. We waren in Hexenwasser, een ‘belevingspark’ en Kiki was een jaar of twee. We liepen op een zomerse dag in de Alpen met onze blote voeten door waterpartijen en over stenen paden en we moesten stoppen bij ieder klimrek. Ze kon er bellen blazen die groter waren dan zijzelf. Bij de entree stond een reusachtige houten heks. Dat verwacht je niet direct in Oostenrijk, maar het park bestaat echt. Het verhaal ging dat daar, precies op die plek, vroeger alleen maar goede heksen woonden. Welke magische krachten er aan het werk waren weet ik niet, maar sindsdien moest ik sprookjes voorlezen met heksen en werd het hoorspel van De Heksen van Roald Dahl grijsgedraaid.

Januari 2021, de tweede lockdown-thuisschool-periode is een feit. Kiki moet voor school een ‘rolverhaal’ schrijven. Ik wist niet wat dat was, maar je had er een dobbelsteen voor nodig. Op een papier stonden zes figuurtjes getekend achter ‘wie’, ‘wat’ en ‘waar’, behorende bij een bepaalde uitslag van de dobbelsteen. Ze moest dus een verhaal bij elkaar dobbelen. Daar werd direct valsgespeeld: er stond een heks achter de twee bij ‘wie’. Kiki dobbelde net zolang tot ze een twee had gegooid.

‘Ja! Ik heb een twee. Nu mag ik de heks.’
‘Eh... je kunt natuurlijk ook gewoon zelf kiezen.’ ‘
Nee, ik heb hem echt gedobbeld.’
Niets tegenin te brengen.
‘Nu de rest nog.’

De ‘wat’ werd een kikker en de ‘waar’ een groot huis. Geen idee hoelang ze daarvoor had gedobbeld. Het verhaal moest uit minimaal vijf regels bestaan. Ze begon te schrijven en na tien minuten kwam ze bij me.

‘Mag ik nog een paar blaadjes?’
‘Ja natuurlijk. Is het eerste blaadje vol?’
‘Ja. En ik ben nog lang niet klaar. Print er nog maar wat … tien of zo.’
‘Oké.’

Ze heeft er zin in, dacht ik.
Het verhaal ‘De heks is boos’ besloeg uiteindelijk elf bladzijden, voorzien van een tekening van een groene heks. Hieronder het begin (gecorrigeerd op allerhande spelfouten):

De heks is boos Er was eens een heks en die was groen en boos, maar iedereen wist waarom. Omdat ze een heks was! Maar ze is nooit lief en ze woonde in een hoge toren enzovoort. En die heks was heeeeel gevaarlijk en die ging de koning in een kikker veranderen en de beroemdste mensen in een kikker veranderen. En ze kwam iedere maand naar de mensen om ze op te eten en heel vaak naar het bos om eten te plukken. En wie ze tegenkwam, at ze op. En ze ging zich ook vermommen en dan altijd als ze naar buiten ging, schrokken de mensen niet. Dat is heel slim, want dan kan ze mensen sneller opeten en dan gillen ze niet en rennen ze niet voor hun leven, wat ook heeeeeel slim is. Maar je wist het maar nooit of ze je opeet of niet. Heeeeeel vaak wel, maar soms ook niet en soms doet ze een kwart en soms een helft. Als ze je vies vindt, at ze je niet helemaal op. En zo gaat het. (…)

Tijdens een blokje om wilde ik toch nog iets weten: hoe bepaalde die heks nu wanneer ze iemand helemaal, voor de helft of voor een kwart ging opeten.

‘Nou, ze begint bij de voeten. Die eet ze eerst op en dan kijkt ze hoe lekker knapperig die zijn. Dan eet ze de rest op.’ ‘
Aha. Dus als de voeten niet knapperig genoeg zijn, dan kan het zijn dat ze je maar voor een kwart opeet.’
‘Ja, of voor de helft.’ ‘
Ja. Wauw, slim van die heks.’
‘En je ziet het niet hè, of ze een aardige mevrouw is of een heks.’
ier herken ik de invloed van Roald Dahl.
‘Nee, dat is nu juist het enge, vind je niet?’
‘Ja. Brr.’

Zo dus, lieve thuisschoolouders. Probeer het eens: er kan maar zo een bron aan verhalen in je kind schuilen. Dobbel eens een verhaal met ze. Zijn het niet zulke schrijvers? Ze kunnen het ook vertellen. Verhalen prikkelen de fantasie.

Diana Jonkman
Hoofdredacteur Diaplus Tekstenlab

Tekstenlab is een digitale tekstenbank vol met interessante thema’s, teksten én werkbladen op verschillende niveaus van uitgeverij Diataal. Eigenlijk bedoeld voor leerkrachten en docenten van basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Maar ook heel geschikt voor thuisschool-ouders. Hiermee kun je echt werken aan de leesvaardigheid van jouw kinderen op verschillende niveaus. De teksten zijn informatief en bevatten verschillende onderwerpen. Laat jouw kind zelf kiezen over welk thema het wil lezen; dat vergroot de leesmotivatie. De bijbehorende werk- en antwoordbladen zijn gratis te printen. Wij stellen teksten en oefenmateriaal gratis beschikbaar voor alle thuisschoolouders. Om de teksten met oefenmateriaal te downloaden kunt u gratis een demo aanvragen op via www.dia-plus.nl/demo.

Actueel
Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf up-to-date met de laatste ontwikkelingen op gebied van online toetsen.

Wil je ons volgen?